Standaardisering van omgevingsplannen

Het vergroten van bestuurlijke afwegingsruimte is een van de doelen die de Omgevingswet nastreeft. Om die reden kunnen (en moeten) gemeenten veel meer onderwerpen in een omgevingsplan regelen  dan nu in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Het betreft onder andere  onderwerpen die nu op rijksniveau zijn geregeld in het Activiteitenbesluit. Onder de Omgevingswet geldt dit besluit niet langer en wordt voor veel activiteiten regulering aan gemeenten over gelaten. Hiermee wordt lokaal maatwerk mogelijk.

STOP/TPOD

Tegelijkertijd kan dit lokale maatwerk ten koste gaan van uitwisselbaarheid en uniformiteit van plannen. Zoveel gemeenten, zoveel mogelijkheden immers. Als een supermarktketen op dit moment een aantal vestigingen in verschillende gemeenten wil openen dan hoeft alleen maar aan het Activiteitenbesluit voldaan te worden. Straks kan elke gemeente andere eisen stellen aan bijvoorbeeld activiteiten die geluid produceren.

Vanwege dit spanningsveld wordt er gewerkt aan een vorm van standaardisering van onder andere het omgevingsplan met de naam STOP/TPOD. Dit staat voor Standaard voor Officiële Publicaties en Toepassingsprofiel Omgevingsrechtelijke Documenten. De bedoeling is dat de uitwisseling en werking van informatie gemakkelijker wordt. Doordat onder de Omgevingswet nog meer digitaal gewerkt zal worden, wordt dit  belangrijk geacht voor de werking van het digitale stelsel.

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Een omgevingsplan moet volgens de Omgevingswet zien op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De regels in het omgevingsplan worden gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor fysieke leefomgeving. De hiervoor beschreven standaard (momenteel versie 0.97) bevat voor functies en activiteiten waardelijsten. Deze zijn op groepsniveau verplicht voorgeschreven en  op lagere niveaus uitbreidbaar.

Omdat een omgevingsplan regels stelt over activiteiten wordt er in dat plan aangegeven welke activiteit op welke plaats is toegestaan en onder welke voorwaarden. Bij de naamgeving van een activiteit kan gekozen worden uit een waardelijst uit de standaard die evenwel uitbreidbaar is. De lijst zelf bevat op dit moment vijftig activiteiten. Bestuursorganen kunnen zelf  toevoegen, wijzigen en verwijderen. Dit betekent dat elke gemeente een eigen lijst met activiteiten kan hebben en dat de waarde die de activiteit duidt niet altijd in elke gemeente hetzelfde hoeft te betekenen. Met andere woorden: de lijst met activiteiten en de waardelijst is voor elke gemeente anders.

Activiteitengroepen en functiegroepen

Doordat er straks een grote diversiteit aan namen voor activiteiten zal zijn met andere invullingen is het moeilijk om die informatie uit te wisselen in een digitaal stelsel. Laat staan dat een initiatiefnemer een helder beeld kan krijgen. Om dit op te lossen bestaat er naast elke open waardelijst een gesloten waardelijst met activiteitengroepen en functiegroepen. Elke waarde op de open waardelijst behoort tot een categorie van een groep. De activiteit ‘bouwactiviteit seizoensgebonden bouwwerk’ staat op de open waardelijst. Deze behoort tot de activiteitengroep ‘bouwactiviteit’ van de gesloten waardelijst. De beschreven systematiek geldt eveneens voor in het omgevingsplan opgenomen functies.

Met deze opzet van de standaard wordt geprobeerd het midden te vinden tussen flexibiliteit voor de maker van het plan terwijl deze toch uitwisselbaar blijft. In het licht van vergroting van de bestuurlijke afwegingsruimte is het in ieder geval een goede zaak dat de huidige opzet van de standaard een grote mate van vrijheid is bij de vormgeving van activiteiten en functies.