Het Aanvullingsbesluit geluid: de gevolgen voor gemeenten van instructieregels over wegverkeer en industrieterreinen deel 1

Eind februari is het Aanvullingsbesluit geluid in consultatie gegaan. Het Aanvullingsbesluit vult het stelsel van de Omgevingswet aan met regels die de Wet geluidhinder gaan vervangen. Daarnaast wordt hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer vervangen. Deze regels gaan niet over het geluid van activiteiten maar over de regels met betrekking tot het geluid van gebruik van infrastructuur en industrieterreinen. De instructieregels met betrekking tot geluid van activiteiten zijn al op een eerder moment geregeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Het Aanvullingsbesluit geluid wijzigt het Besluit kwaliteit leefomgeving op twee punten:

  • Aan hoofdstuk 3 wordt een afdeling toegevoegd, afdeling 3.6. Deze afdeling bevat instructieregels over de beheersing van brongeluid afkomstig van verschillende bronsoorten zoals weg- en railverkeer (artikel I onder A Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet).
  • Na artikel 5.78 Besluit kwaliteit leefomgeving worden twee sub-paragrafen ingevoegd. Deze bevatten instructieregels met betrekking tot de regels die het omgevingsplan moet bevatten voor geluid afkomstig van infrastructuur en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen (artikel I onder K Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet).
Afdeling 3.6 Bkl: reguleren brongeluid met geluidproductieplafonds en de basisemissie

Het systeem van geluidproductieplafonds is in 2012 geïntroduceerd met de invoering van hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer. Als belangrijkste doel geldt de beheersing van brongeluid. Het systeem bestaat uit een keten van vaste punten langs (spoor)wegen waarop een maximale waarde voor het geluid afkomstig van die (spoor)weg geldt. Onder die maximale waarde kunnen wegen zonder meer aangepast worden (binnen de geluidruimte). Ook is het transparant voor omwonenden hoeveel geluid er is toegestaan. Onder de Omgevingswet wordt dit stelsel voor (spoor)wegen voortgezet en uitgebreid met industrieterreinen.

Voor sommige spoorwegen en gemeentelijke wegen wordt niet met geluidproductieplafonds gewerkt maar met een systeem van preventieve toetsing en monitoring: de basisemissie. De basisemissie is volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving de geluidemissie van die weg in het kalenderjaar 2021.[1] Het Aanvullingsbesluit introduceert een systeem van monitoring van deze basisemissie.[2] Als die emissie met meer dan 1,5 dB wordt overschreden dan dient het college van burgemeester en wethouders maatregelen af te wegen die het geluid beperken dan wel het geluid weren.[3]

De geluidproductieplafonds worden gekwalificeerd als omgevingswaarden in de zin van artikel 2.9 van de Omgevingswet. Dit brengt een aantal rechtsgevolgen met zich mee. Zo moet worden bepaald of de omgevingswaarde een resultaats- of inspanningsverplichting is.[4] Volgens het ingevoegde artikel 3.41 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn de plafonds resultaatsverplichtingen. Belangrijk rechtsgevolg is dan dat de Omgevingswet in artikel 3.10 het vaststellen van een programma, gericht op het voldoen aan de omgevingswaarde verplicht stelt.

Deze plicht is in het aanvullingsspoor echter wel enigszins genuanceerd door de wijziging van artikel 2.10 Omgevingswet door middel van de Aanvullingswet geluid. In het ingevoegde artikel 3.42 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is bepaald dat met het treffen van maatregelen kan worden afgezien van de plicht uit artikel 3.10 Omgevingswet. Dit geldt dus ook voor industrieterreinen.[5] Een besluit over geluidwerende maatregelen dient echter wel te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in het ingevoegde artikel 3.48 Besluit kwaliteit leefomgeving.

Schematisch ziet het er voor een aantal bronsoorten zo uit:

Geluidbronsoort Bevoegd gezag Wijze van reguleren
Gemeentewegen Gemeente Basisgeluidemissie
Provinciale wegen Provincie Geluidproductieplafonds
Rijkswegen Rijk Geluidproductieplafonds
Lokale spoorwegen niet aangewezen door een provincie Gemeente Basisgeluidemissie
Industrieterreinen Gemeenten Geluidproductieplafonds

 

De industrieterreinen waarop de regels van toepassing zijn betreffen terreinen waar activiteiten genoemd in bijlage XXII van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn toegelaten. Op drie activiteiten na zijn deze overgenomen uit bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht.

Paragraaf 5.4.1.2a: Eisen aan de inhoud van omgevingsplannen

Aan de hand van de regels voor het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen wordt beschreven hoe dit onderdeel van het Aanvullingsbesluit werkt. De nieuw ingevoegde paragraaf is van toepassing op geluidgevoelige gebouwen die liggen of komen te liggen binnen geluidsaandachtsgebieden.[1]

Artikel 3.20 Besluit kwaliteit leefomgeving beschrijft een geluidsaandachtsgebied als volgt:

Een geluidaandachtsgebied is de als zodanig aangewezen en vastgelegde locatie rond of langs een weg, spoorweg of industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 3.31, en dat wordt berekend volgens bij ministeriële regeling gestelde regels.

De figuur van de aandachtsgebieden kennen we al van het Bkl als het om de omgevingsveiligheid gaat. In paragraaf 5.1.1 worden de brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebieden geïntroduceerd. Aandachtsgebieden hebben als doel om de effecten op de fysieke leefomgeving zichtbaar te maken en een belangenafweging voor het bevoegd gezag op gang te brengen.

Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toe laat (in een geluidsaandachtsgebied) dient erin te voorzien dat het geluid op de gevel niet de standaardwaarden van artikel 5.78u Bkl overschrijdt.

Geluidbronsoorten Standaardwaarde Grenswaarde
Rijkswegen en provinciale wegen 50 Lden 60 Lden
Gemeentewegen en waterschapswegen 53 Lden 70 Lden
Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen 55 Lden 65 Lden
Industrieterreinen 50 Lden 55 Lden
40 Lnight 45 Lnight

Gebeurt dit toch dan kan een nieuw geluidgevoelig gebouw toch worden toegelaten als er aan de volgende voorwaarden wordt voldaan(5.78v Bkl):

  • Er kunnen geen geluidbeperkende maatregelen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen.
  • De overschrijding wordt zoveel mogelijk beperkt.
  • De grenswaarde wordt niet overschreden.

De belangenafweging die het bevoegd gezag moet maken loopt als het ware een trap af waarbij:

  • In de eerste plaats geen gevoelige gebouwen in het aandachtsgebied worden toegelaten.
  • Als dit wel gebeurt maatregelen worden getroffen om het geluid te beperken.
  • Als dit onvoldoende is geluidwerende maatregelen worden genomen.

In het volgende blog wordt nader ingegaan op de eisen die gesteld worden aan de inhoud van het omgevingsplan en de regeling van de basisemissie voor gemeentelijke wegen.

Voor vragen: neem gerust contact op met ons.

 

 

[1] Artikel 5.78s Besluit kwaliteit leefomgeving, zoals ingevoegd volgens huidige versie Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet.

[1] Artikel 3.50, eerste lid Besluit kwaliteit leefomgeving, zoals ingevoegd volgens huidige versie Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet.

[2] Artikel I onder R Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet.

[3] Artikel 3.51 Besluit kwaliteit leefomgeving, zoals ingevoegd volgens huidige versie Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet.

[4] Artikel 2.10 eerste lid onder a Omgevingswet.

[5] Artikel 2.45 Omgevingswet.