Het Aanvullingsbesluit geluid: (spoor)wegverkeer en industrieterreinen deel 2: nieuwe geluidgevoelige gebouwen in een lawaaiige omgeving

In deel 1 is al op hoofdlijnen besproken welke regels er gelden voor het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in het omgevingsplan. Deze regels gelden enkel in het geluidaandachtsgebied.[1] In het in te voegen artikel 3.20 Bkl is bepaald dat de omvang moet worden berekend volgens bij ministeriële regeling vastgestelde regels. De regeling waarop gedoeld wordt is de Omgevingsregeling waarvan begin februari een consultatieversie van is verschenen. Hierin zijn deze regels nog niet opgenomen.

De toelichting bij artikel 3.20 Bkl geeft aan dat de grens van het aandachtsgebied rechtstreeks volgt uit een berekening. De ligging is dusdanig dat geluid op geluidgevoelige gebouwen buiten het aandachtsgebied altijd beneden de standaardwaarde is. De omvang is ook onlosmakelijk verbonden met de hoogte van het geluidproductieplafond.

Lees verder

Het Aanvullingsbesluit geluid: de gevolgen voor gemeenten van instructieregels over wegverkeer en industrieterreinen deel 1

Eind februari is het Aanvullingsbesluit geluid in consultatie gegaan. Het Aanvullingsbesluit vult het stelsel van de Omgevingswet aan met regels die de Wet geluidhinder gaan vervangen. Daarnaast wordt hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer vervangen. Deze regels gaan niet over het geluid van activiteiten maar over de regels met betrekking tot het geluid van gebruik van infrastructuur en industrieterreinen. De instructieregels met betrekking tot geluid van activiteiten zijn al op een eerder moment geregeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Het Aanvullingsbesluit geluid wijzigt het Besluit kwaliteit leefomgeving op twee punten:

  • Aan hoofdstuk 3 wordt een afdeling toegevoegd, afdeling 3.6. Deze afdeling bevat instructieregels over de beheersing van brongeluid afkomstig van verschillende bronsoorten zoals weg- en railverkeer (artikel I onder A Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet).
  • Na artikel 5.78 Besluit kwaliteit leefomgeving worden twee sub-paragrafen ingevoegd. Deze bevatten instructieregels met betrekking tot de regels die het omgevingsplan moet bevatten voor geluid afkomstig van infrastructuur en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen (artikel I onder K Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet).
Afdeling 3.6 Bkl: reguleren brongeluid met geluidproductieplafonds en de basisemissie

Het systeem van geluidproductieplafonds is in 2012 geïntroduceerd met de invoering van hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer. Als belangrijkste doel geldt de beheersing van brongeluid. Het systeem bestaat uit een keten van vaste punten langs (spoor)wegen waarop een maximale waarde voor het geluid afkomstig van die (spoor)weg geldt. Onder die maximale waarde kunnen wegen zonder meer aangepast worden (binnen de geluidruimte). Ook is het transparant voor omwonenden hoeveel geluid er is toegestaan. Onder de Omgevingswet wordt dit stelsel voor (spoor)wegen voortgezet en uitgebreid met industrieterreinen.

Voor sommige spoorwegen en gemeentelijke wegen wordt niet met geluidproductieplafonds gewerkt maar met een systeem van preventieve toetsing en monitoring: de basisemissie. De basisemissie is volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving de geluidemissie van die weg in het kalenderjaar 2021.[1] Het Aanvullingsbesluit introduceert een systeem van monitoring van deze basisemissie.[2] Als die emissie met meer dan 1,5 dB wordt overschreden dan dient het college van burgemeester en wethouders maatregelen af te wegen die het geluid beperken dan wel het geluid weren.[3]

De geluidproductieplafonds worden gekwalificeerd als omgevingswaarden in de zin van artikel 2.9 van de Omgevingswet. Dit brengt een aantal rechtsgevolgen met zich mee. Zo moet worden bepaald of de omgevingswaarde een resultaats- of inspanningsverplichting is.[4] Volgens het ingevoegde artikel 3.41 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn de plafonds resultaatsverplichtingen. Belangrijk rechtsgevolg is dan dat de Omgevingswet in artikel 3.10 het vaststellen van een programma, gericht op het voldoen aan de omgevingswaarde verplicht stelt.

Deze plicht is in het aanvullingsspoor echter wel enigszins genuanceerd door de wijziging van artikel 2.10 Omgevingswet door middel van de Aanvullingswet geluid. In het ingevoegde artikel 3.42 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is bepaald dat met het treffen van maatregelen kan worden afgezien van de plicht uit artikel 3.10 Omgevingswet. Dit geldt dus ook voor industrieterreinen.[5] Een besluit over geluidwerende maatregelen dient echter wel te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in het ingevoegde artikel 3.48 Besluit kwaliteit leefomgeving.

Schematisch ziet het er voor een aantal bronsoorten zo uit:

Geluidbronsoort Bevoegd gezag Wijze van reguleren
Gemeentewegen Gemeente Basisgeluidemissie
Provinciale wegen Provincie Geluidproductieplafonds
Rijkswegen Rijk Geluidproductieplafonds
Lokale spoorwegen niet aangewezen door een provincie Gemeente Basisgeluidemissie
Industrieterreinen Gemeenten Geluidproductieplafonds

 

De industrieterreinen waarop de regels van toepassing zijn betreffen terreinen waar activiteiten genoemd in bijlage XXII van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn toegelaten. Op drie activiteiten na zijn deze overgenomen uit bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht.

Paragraaf 5.4.1.2a: Eisen aan de inhoud van omgevingsplannen

Aan de hand van de regels voor het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen wordt beschreven hoe dit onderdeel van het Aanvullingsbesluit werkt. De nieuw ingevoegde paragraaf is van toepassing op geluidgevoelige gebouwen die liggen of komen te liggen binnen geluidsaandachtsgebieden.[1]

Artikel 3.20 Besluit kwaliteit leefomgeving beschrijft een geluidsaandachtsgebied als volgt:

Een geluidaandachtsgebied is de als zodanig aangewezen en vastgelegde locatie rond of langs een weg, spoorweg of industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 3.31, en dat wordt berekend volgens bij ministeriële regeling gestelde regels.

De figuur van de aandachtsgebieden kennen we al van het Bkl als het om de omgevingsveiligheid gaat. In paragraaf 5.1.1 worden de brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebieden geïntroduceerd. Aandachtsgebieden hebben als doel om de effecten op de fysieke leefomgeving zichtbaar te maken en een belangenafweging voor het bevoegd gezag op gang te brengen.

Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toe laat (in een geluidsaandachtsgebied) dient erin te voorzien dat het geluid op de gevel niet de standaardwaarden van artikel 5.78u Bkl overschrijdt.

Geluidbronsoorten Standaardwaarde Grenswaarde
Rijkswegen en provinciale wegen 50 Lden 60 Lden
Gemeentewegen en waterschapswegen 53 Lden 70 Lden
Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen 55 Lden 65 Lden
Industrieterreinen 50 Lden 55 Lden
40 Lnight 45 Lnight

Gebeurt dit toch dan kan een nieuw geluidgevoelig gebouw toch worden toegelaten als er aan de volgende voorwaarden wordt voldaan(5.78v Bkl):

  • Er kunnen geen geluidbeperkende maatregelen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen.
  • De overschrijding wordt zoveel mogelijk beperkt.
  • De grenswaarde wordt niet overschreden.

De belangenafweging die het bevoegd gezag moet maken loopt als het ware een trap af waarbij:

  • In de eerste plaats geen gevoelige gebouwen in het aandachtsgebied worden toegelaten.
  • Als dit wel gebeurt maatregelen worden getroffen om het geluid te beperken.
  • Als dit onvoldoende is geluidwerende maatregelen worden genomen.

In het volgende blog wordt nader ingegaan op de eisen die gesteld worden aan de inhoud van het omgevingsplan en de regeling van de basisemissie voor gemeentelijke wegen.

Voor vragen: neem gerust contact op met ons.

 

 

[1] Artikel 5.78s Besluit kwaliteit leefomgeving, zoals ingevoegd volgens huidige versie Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet.

[1] Artikel 3.50, eerste lid Besluit kwaliteit leefomgeving, zoals ingevoegd volgens huidige versie Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet.

[2] Artikel I onder R Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet.

[3] Artikel 3.51 Besluit kwaliteit leefomgeving, zoals ingevoegd volgens huidige versie Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet.

[4] Artikel 2.10 eerste lid onder a Omgevingswet.

[5] Artikel 2.45 Omgevingswet.

 

De bruidsschat en regels over milieubelastende activiteiten: voldoen niet altijd aan de eisen van het Bkl

In eerdere blogs op deze website ging het al over twee specifieke onderwerpen uit de bruidsschat, namelijk geluid en bouwen. Dit blog gaat in op de vraag welke zaken er nog meer in de bruidsschat worden geregeld. De bruidsschat is een overgangsinstrument. Onderwerpen die onder de Omgevingswet overgelaten worden aan decentrale overheden landen door middel van de bruidsschat in het omgevingsplan of de waterschapverordening. De bruidsschat vindt men terug in hoofdstuk 7 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet.  Lees verder

Staalkaarten omgevingsplan gepubliceerd

Het maken van een omgevingsplan in de geest van de Omgevingswet is geen sinecure gebleken. Om gemeenten op weg te helpen heeft het ministerie van BZK in samenwerking met de VNG besloten staalkaarten te laten maken die als voorbeeld en inspiratie kunnen dienen bij het maken van een omgevingsplan.

KuiperCompagnons heeft in het afgelopen jaar samen met Stec Groep, Buro Bouwfysica en Vestigia de ‘Staalkaart omgevingsplan voor centrum stedelijk gebied’ gemaakt. De staalkaart is het resultaat van een intensieve samenwerking zowel met onze partners als met de opdrachtgevers. De definitieve versie van de staalkaart is op 14 december 2018 gepubliceerd.

Meer informatie op: https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/praktijk/pilots-experimenten/staalkaarten/

Lees verder

De Bruidsschat en regels over geluidhinder

Inleiding

De Omgevingswet treedt over iets meer dan twee jaar in werking. Onderdeel van de stelselherziening is bruidsschat die van rechtswege onderdeel wordt van het omgevingsplan per 1 januari 2021. De Omgevingswet werkt volgens het principe ‘decentraal tenzij’ en de bruidsschat is daarvan een goed voorbeeld.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verdwijnt het Activiteitenbesluit. De onderwerpen die in het Activiteitenbesluit zijn geregeld worden onder de Omgevingswet deels geregeld in het Besluit activiteiten leefomgeving (vooral regels over emissie) en deels op lokaal niveau in het omgevingsplan (vooral regels over immissie). De gedachte is dat het efficiënter en effectiever is als gemeenten immissieregels stellen omdat op die manier rekening kan worden gehouden met de lokale situaties en met lokaal beleid.

Lees verder

Bouwen en de Omgevingswet

Bouwen opgebouwd uit twee activiteiten

Een van de belangrijkste vergunningstelsels krijgt een andere vorm onder de Omgevingswet. Wat wij in het dagelijkse spraakgebruik ‘bouwen’ noemen kan volgens de wet uit twee activiteiten bestaan: de bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit (met betrekking tot bouwen). Met de bouwactiviteit wordt op de technische kant gedoeld. Ruimtelijke aspecten van het bouwen zijn de omgevingsplanactiviteit. Doel van de nieuwe regeling is het creëren van flexibiliteit en decentralisatie. Regeling gaat plaatsvinden in het Besluit bouwwerken leefomgeving, Besluit kwaliteit leefomgeving en het omgevingsplan.

De bouwactiviteit onder de Omgevingswet is vergunningplichtig als dit bij het Besluit bouwwerken leefomgeving zo is bepaald. Het besluit stelt de bouwactiviteit vergunningplichtig, tenzij er sprake is van een bij datzelfde besluit aangewezen geval. Die gevallen komen bekend voor en zijn grotendeels overgenomen uit bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Een bouwactiviteit voor een dakkapel is dan ook vergunningvrij. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit wordt alleen beoordeeld aan de hand van technische eisen. Met deze nieuwe opzet kent de omgevingsvergunning bouwactiviteit dus in het hele land dezelfde afbakening en beoordelingsregels.

Regeling van de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (met betrekking tot het bouwen) kent een hele andere opbouw. Zoals de naam al aangeeft wordt deze activiteit in het omgevingsplan geregeld. Hier schuilt ook de flexibiliteit. De gemeente heeft bij deze activiteit beleidsvrijheid voor het al dan niet instellen van een omgevingsvergunningplicht. Dit doen gemeenten nu al voor heel veel verschillende zaken, bijvoorbeeld voor het kappen van bomen. Deze mogelijkheid komt er voor bouwen bij

Lees verder

Wanneer is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject?

In de praktijk heerst er vaak onzekerheid over de al dan niet verplicht op te stellen aanmeldnotitie, die – kort gezegd – onder meer verplicht is indien sprake is van een ”stedelijk ontwikkelingsproject” in de zin van het Besluit m.e.r. Uit (standaard-)jurisprudentie over de kruimelgevallenregeling (waarbij dit begrip ook van belang is) kan worden afgeleid wanneer daar sprake van is. De jurisprudentie wordt in het volgende blog besproken, waarbij ook kort de Omgevingswet aan de orde komt.

Lees verder

Wijzigingsbevoegdheid en de overgang van bestemmingsplan naar omgevingsplan.

Op dit blog schrijven wij over het laatste nieuws met betrekking tot de Omgevingswet en andere relevante ontwikkelingen in het omgevingsrecht. Elke twee weken verschijnt daarom een nieuw deel met onderwerpen die leven in de praktijk van het omgevingsrecht.

De grote verandering in het omgevingsrecht

Om de transitie van bestemmingsplan naar omgevingsplan te regelen is in juli 2018 het wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet bij de Tweede Kamer ingediend. Zoals de naam al aangeeft zorgt deze wet voor een goede invoering van het nieuwe stelsel. Belangrijk bij een goede invoering van een stelselwijziging is het overgangsrecht. Hiermee wordt de juridische status en werking van rechtsfiguren onder het oude stelsel geregeld. Niet elke gemeente heeft straks immers alle bestemmingsplannen omgezet in een omgevingsplan. Gemeenten moeten daarvoor de tijd krijgen en dat is precies wat de Invoeringswet Omgevingswet regelt. Lees verder

Schakeldag en ROMagazine

De Pilot Omgevingsvisie ‘Staphorst, voor elkaar!’, die KuiperCompagnons samen met de gemeente gemaakt heeft, stond wederom in het zonnetje, ditmaal op de Schakeldag 2018: ‘Durf te doen, pak de kansen’ van Rijkswaterstaat en ‘Aan de slag met de omgevingswet’. Edwin Saathof van de gemeente Staphorst deelde daar zijn ervaringen met een zaal vol geïnteresseerden. Wegens grote belangstelling was zelfs uitgeweken naar een grotere ruimte. Het was sowieso leuk om een keer het verhaal door iemand van de gemeente gepresenteerd te zien worden, maar hij betrok de zaal ook goed door met dilemma’s te werken waarin men moest kiezen. Er was ook een algemene sessie over de ervaringen van de Tweede Tranche Pilots Omgevingsvisie. Lees verder

Inspiratie- en werkboek Gezondheid & Ruimte

Gezondheid speelt een grote rol in ons geluk en welbevinden. Sinds kort staat gezondheid ook hoog op de maatschappelijke agenda. Steeds meer gemeenten proberen mensen aan het bewegen te krijgen door de fysieke leefruimte hierop in te richten. Het terugdringen van gezondheidsachterstanden krijgt hierbij ook aandacht. Vanuit het stimuleringsprogramma ‘Gezond in…’ (Platform31 en Pharos) is rondom deze vraagstukken een leerkring gevormd. Bovendien is hiervoor een inspiratie- en werkboek ontwikkeld. Afgelopen vrijdag 18 mei 2018 werd dit boek gelanceerd. Annette van Duivenvoorde van Platform31 en Gerwin Gabry van KuiperCompagnons vroegen als moderators de pilotgemeenten zoals Amsterdam, Utrecht en Zwolle de hemd van het lijf.

Lees verder