Omgevingsvisie

Wat zegt de wet?

De omgevingsvisie (geregeld in Hoofdstuk 3 van de wet) is een integrale langetermijnvisie van een bestuursorgaan over de noodzakelijke en de gewenste ontwikkelingen in zijn bestuursgebied. De omgevingsvisie is verplicht voor gemeenten. Het richt zich op de fysieke leefomgeving als geheel, zodat de fysieke leefomgeving in samenhang wordt beschouwd in de complexe dynamiek van de moderne maatschappij.

omgevingsvisieDe visievorming op verschillende terreinen zoals ruimtelijke ontwikkeling, verkeer en vervoer, water, milieu, natuur, gebruik van natuurlijke hulpbronnen en cultureel erfgoed wordt in de omgevingsvisie niet alleen samengevoegd, maar ook met elkaar verbonden. Zo worden in een vroegtijdig stadium mogelijke strijdige of juist ‘meekoppelende’ ontwikkelingen met elkaar in verband gebracht. Ook gaat de omgevingsvisie in op de sturingsfilosofie van het vaststellende bestuursorgaan en daarmee op de eigen rol bij de realisatie van die visie en wat het van anderen verwacht. Op die manier vindt de uitvoering via plannen, programma’s of andere beleidsinstrumenten ook in samenhang plaats. Dit wetsvoorstel schrijft voor dat het Rijk en provincies elk één omgevingsvisie vaststellen; voor gemeenten is de toepassing verplicht.

Het instrument komt in de plaats van gebiedsdekkende structuurvisies, de relevante delen van de natuurvisie, verkeers- en vervoerplannen, strategische gedeelten van nationale en provinciale waterplannen en milieubeleidsplannen. Gebiedsgerichte en thematische structuurvisies kunnen onder de nieuwe Omgevingswet als programma worden gezien.

Vormvrij

De omgevingsvisie is feitelijk de opvolger van de structuurvisie in de nieuwe Omgevingswet, maar dan verder verbreed. Het wordt hèt strategisch instrumentarium voor ruimtelijk-, milieu‐, water‐, en verkeers‐ en vervoersbeleid. De omgevingsvisie gaat niet alleen over inhoud en proces, maar ook over hoe en met wie de overheid de stip aan de horizon stapsgewijs dichterbij beoogt te brengen. Net als bij de huidige structuurvisie is de vorm van het strategische instrument vrij. Afhankelijk van ambities, tijdhorizon en thematiek kan daar op een eigen wijze inhoud aan worden geven.

Maar hoe dan?

De toekomst lijkt minder voorspelbaar (en maakbaar) dan ooit, terwijl het meer dan ooit nodig is erop voorbereid te zijn. Juist omdat meer van de markt en de bewoners moet komen, dient de overheid goed te weten welke kant het op moet gaan. Elke keer moet daarbij een strategie op maat worden uitgestippeld. Soms moeten initiatieven alleen getoetst worden, maar vaker nog moet er verleid, aangejaagd en gesleurd worden om projecten nog van de grond te krijgen. Kortom, de praktijk heeft behoefte aan een visie op de toekomst. De nieuwe Omgevingswet – die hiertoe het instrument ‘Omgevingsvisie’ aanreikt – kan daarbij helpen, maar is geen wondermiddel. Die wet zegt immers niet hoe een Omgevingsvisie er uit ziet en hoe je zo’n visie moet maken. Wel is duidelijk dat het proces om te komen tot een echt integrale Omgevingsvisie een grote betrokkenheid van een breed speelveld binnen en buiten het gemeentehuis vraagt.

omgevingsvisiemin

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *