Cultuurverandering

Naar onze verwachting zal de Omgevingswet meer invloed hebben op het proces dan op de inhoud. Met een beetje fantasie kan immers worden betoogd dat de producten van die wet ‘oude wijn in nieuwe zakken’ zijn. Het feit dat de Omgevingsvisie ook het Milieubeleidsplan, het Waterbeleidsplan en het Verkeers- en vervoersplan vervangt, vraagt echter een wezenlijk andere benadering, naar buiten toe … maar vooral ook binnen de organisatie. Onze overtuiging is dat voor deze cultuurverandering in veel gevallen een ‘cultuurschok’ nodig is.

De Omgevingswet vraagt integrale planvorming. Er moet één visie en één plan gemaakt worden dat telkens de gehele fysieke leefomgeving omvat. Daarvoor moeten ruimtelijke ordenaars en de specialisten op het gebied van water, milieu, verkeer en natuur en in het sociale domein samen werken. Nu was dit feitelijk voor een structuurvisie ook al nodig, maar het is een wezenlijk verschil of je erbij zit om jouw stukje over bijvoorbeeld water in de visie te krijgen of dat je bezig bent met het vervangen van het Waterplan. Politiek, ambtenaren en belanghebbenden moeten aan het begin van het proces wakker geschud en ervan doordrongen dat we het vanaf dat moment echt anders gaan doen.

verandering

Elkaars taal leren spreken

Dat de Omgevingswet integraal werken vereist, betekent dat onderdelen in samenhang bezien moeten worden en dat ontwikkelingen met elkaar in verband moeten worden gebracht. Daarom moet nu met verschillende wethouders en door mensen met uiteenlopende achtergronden – generalisten en specialisten – in meerdere afdelingen en zelfs organisaties tegelijkertijd, in één proces, worden gewerkt aan één product. Een dergelijk proces betekent dat er over belemmeringen heengestapt zal moeten worden en dat mensen elkaars taal moeten leren spreken.

Cultuurschok

Wij willen het beste uit de gemeentelijke organisatie te halen door mensen het zelf te laten ervaren wat het is om integraal of in elk geval integrerend te werken. Wij hebben hiervoor de methodiek van de ‘getrapte cultuurschok’ ontwikkeld die bestaat uit vier stappen:

  1. Leren: Om te beginnen zal bij eenieder, dus ook bij de disciplines buiten de RO, de kennis over de nieuwe wet verruimd moeten worden. Een grotere bewustwording zal leiden tot een grotere interne bereidheid om integrerend te werken in de geest van de Omgevingswet.
  2. Ervaren: Vervolgens is het van belang op basis van uitdagende (voor)beelden een gevoel te krijgen wat integrerend werken nu juist wel en juist niet inhoudt. Daarbij gaat het erom dit denken niet alleen in planvorming te verankeren maar ook op operationeel niveau.
  3. Verankeren in structuren: het is van belang om ervoor te zorgen dat eenvoudig informatie (kaarten en daaraan gekoppelde data) tussen afdelingen maar ook met de provincie of het waterschap kan worden uitgewisseld. Dit maakt samenwerken makkelijker. Hiervoor is een gestructureerde GIS-omgeving onontbeerlijk. De Omgevingsvisie wordt dan ook bij voorkeur van meet af aan volledig ‘GIS-compatible’ opgebouwd. Hiermee hebben wij inmiddels goede ervaringen opgedaan. Een GIS-omgeving maakt het ook makkelijker om de visie actueel te houden. Als zodanig past zo een Omgevingsvisie straks in de beleidscyclus uit de Omgevingswet.
  4. Verankeren op de werkvloer: Er is meer nodig om de gewenste cultuurverandering tot in de haarvaten te laten beklijven. Daarom stellen wij voor dat het college als beleidsregel aanneemt dat alle beleidsterreinen in de gemeente vanaf dat moment een verplichte basis in de Omgevingsvisie hebben. Een nota accommodatiebeleid mag dus alleen opgesteld worden als hiervoor een basis ligt in de omgevingsvisie. Dit geldt ook voor onderdelen in het verkeersbeleid, waterbeleid en milieubeleid en de ruimtelijke aspecten uit het natuur- en sociale beleid.

stripje1

stripje2
Het oude sectorale denken (boven) en het ‘nieuwe’ integrale (of integrerende) denken (onder)

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *