Bouwen en de Omgevingswet

Bouwen opgebouwd uit twee activiteiten

Een van de belangrijkste vergunningstelsels krijgt een andere vorm onder de Omgevingswet. Wat wij in het dagelijkse spraakgebruik ‘bouwen’ noemen kan volgens de wet uit twee activiteiten bestaan: de bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit (met betrekking tot bouwen). Met de bouwactiviteit wordt op de technische kant gedoeld. Ruimtelijke aspecten van het bouwen zijn de omgevingsplanactiviteit. Doel van de nieuwe regeling is het creëren van flexibiliteit en decentralisatie. Regeling gaat plaatsvinden in het Besluit bouwwerken leefomgeving, Besluit kwaliteit leefomgeving en het omgevingsplan.

De bouwactiviteit onder de Omgevingswet is vergunningplichtig als dit bij het Besluit bouwwerken leefomgeving zo is bepaald. Het besluit stelt de bouwactiviteit vergunningplichtig, tenzij er sprake is van een bij datzelfde besluit aangewezen geval. Die gevallen komen bekend voor en zijn grotendeels overgenomen uit bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Een bouwactiviteit voor een dakkapel is dan ook vergunningvrij. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit wordt alleen beoordeeld aan de hand van technische eisen. Met deze nieuwe opzet kent de omgevingsvergunning bouwactiviteit dus in het hele land dezelfde afbakening en beoordelingsregels.

Regeling van de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (met betrekking tot het bouwen) kent een hele andere opbouw. Zoals de naam al aangeeft wordt deze activiteit in het omgevingsplan geregeld. Hier schuilt ook de flexibiliteit. De gemeente heeft bij deze activiteit beleidsvrijheid voor het al dan niet instellen van een omgevingsvergunningplicht. Dit doen gemeenten nu al voor heel veel verschillende zaken, bijvoorbeeld voor het kappen van bomen. Deze mogelijkheid komt er voor bouwen bij

De bruidsschat en de omgevingsplanactiviteit

Voor de ruimtelijke aspecten van bouwen regelt het Rijk na 1 januari 2021 geen vergunningstelsel meer want dit wordt overgelaten aan gemeenten. Om te voorkomen dat er een rechtsvacuüm ontstaat wordt er voorzien in overgangsrecht waarbij is bepaald dat voorheen landelijke regels deel zullen uitmaken van de omgevingsplannen. Deze set regels wordt de ‘bruidsschat’ genoemd. Gemeenten mogen na ontvangst van deze bruidsschat zelf weten wat zij daarmee doen: overnemen, aanpassen of weglaten.

Onderdeel van die bruidsschat is dus ook het verbod om een bouwwerk op te richten, in stand te laten of te gebruiken. Wanneer een aanvraag voor een omgevingsplanactiviteit voor bouwen gedaan wordt moet deze aanvraag beoordeeld worden aan de hand van de regels in het omgevingsplan. In de bruidsschat zitten ook beoordelingsregels. Volgens de beoordelingsregels wordt de vergunning alleen verleend als voldaan wordt aan de bouw- en welstandsregels in het omgevingsplan. Op 1 januari 2021 hebben bevatten alle omgevingsplannen dus een vergunningplicht met beoordelingsregels voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot bouwen.

Omgevingsplanactiviteit met betrekking tot bouwen

Gemeenten mogen dus daarna zelf weten hoe ze daarna met bouwen om gaan. Het Besluit bouwwerken leefomgeving voorziet wel in een landelijke regeling van activiteiten met betrekking tot bouwen die in ieder geval vergunningvrij zijn. Daarbij kan de keuze gemaakt worden alleen met algemeen geldende regels te werken en geen toets vooraf in te stellen. Deze vrijheid ziet niet alleen op de afbakening van de vergunningplicht, maar ook de regels voor de beoordeling van een aanvraag. Zo kan welstand als beoordelingsregels geschrapt worden of kunnen er beoordelingsregels toegevoegd worden.  

De bouwpraktijk

Voor technische aspecten van een bouwwerk is er een landelijk uniforme regeling voor de vraag wanneer er sprake is van een vergunningplicht en aan welke technische eisen een bouwwerk moet voldoen. Het omgevingsplan regelt hoofdzakelijk de ruimtelijke aspecten. Daarbij is een grote mate van vrijheid waardoor de regeling  in elke gemeente anders kan zijn. De regeling voor bouwen in een omgevingsplan kan worden vormgegeven met algemene regels of met vergunningplichten. Aan de afbakening van de vergunningplicht is wel een grens: het Besluit bouwwerken leefomgeving bevat categorieën die in elk geval vergunningvrij zijn. Een initiatiefnemer is niet verplicht voor beide activiteiten tegelijk een aanvraag te doen en de aanvraag hoeft niet in een keer beoordeeld te worden.